Duurzaamheid speelt een steeds grotere rol bij de keuze van industriële producten. Termen als groen, milieuvriendelijk, biologisch afbreekbaar en duurzaam verschijnen dan ook steeds vaker in commerciële communicatie. Maar wat betekenen zulke claims precies? En waarop zijn ze gebaseerd?
Europa wil daar meer duidelijkheid in brengen. Met de nieuwe EmpCo-richtlijn (EU 2024/825) – Empowering Consumers for the Green Transition – worden de regels rond milieu- en duurzaamheidsclaims aanzienlijk strenger. De richtlijn kadert binnen de Europese Green Deal en het Actieplan Circulaire Economie en moet consumenten beter beschermen tegen greenwashing.
Vanaf 27 september 2026 zijn de nieuwe regels van toepassing. Ondernemingen die onder het toepassingsgebied vallen, moeten rekening houden met strengere voorwaarden voor onder meer duurzaamheidsclaims, milieuboodschappen, labels en consumenteninformatie. Vage termen zoals groen, duurzaam of milieuvriendelijk kunnen niet langer zomaar worden gebruikt: milieuclaims moeten concreet en aantoonbaar zijn.
Van "milieuvriendelijk" naar concreet en aantoonbaar
Een van de belangrijkste principes van de EmpCo-richtlijn is eenvoudig: bedrijven mogen niet langer zomaar algemene termen zoals groen, duurzaam of milieuvriendelijk gebruiken. Zulke algemene milieuclaims zijn verboden wanneer ze niet gekoppeld zijn aan aantoonbare, relevante milieuprestaties.
In plaats van te zeggen dat een product “milieuvriendelijk” is, moet een onderneming dus veel concreter aangeven welke eigenschap van het product een milieuvoordeel oplevert en waarop die bewering gebaseerd is. Claims moeten correct, controleerbaar en niet misleidend zijn.
Voor Vlaamse Oliecentrale is dat een belangrijke evolutie. Niet omdat duurzaamheid plots nieuw is, maar omdat aantoonbare producteigenschappen, onafhankelijke certificering en transparante communicatie steeds belangrijker worden. Precies daar ligt een belangrijke meerwaarde van productgamma’s zoals Shell PANOLIN en Shell MIDEL.
Onafhankelijke certificering wordt belangrijker
Ook duurzaamheidslabels worden strenger gereguleerd. Een bedrijf kan niet zomaar een eigen groen logo ontwerpen en dat vervolgens gebruiken om een product een duurzaam imago te geven. Volgens EmpCo zijn duurzaamheidslabels alleen toegestaan wanneer ze gebaseerd zijn op een conforme certificeringsregeling of door een publieke autoriteit zijn vastgesteld. Daarbij zijn onder andere transparante en objectieve criteria en onafhankelijke controle belangrijk.
Dat maakt erkende certificeringen en classificaties bijzonder waardevol. Voor producten uit het Shell PANOLIN-gamma zijn bijvoorbeeld concrete milieu-eigenschappen en, afhankelijk van het specifieke product, relevante ecolabels en classificaties beschikbaar. Ook bij Shell MIDEL kunnen eigenschappen zoals biologische afbreekbaarheid en de oorsprong van de gebruikte grondstoffen specifiek worden gedocumenteerd.
Het verschil lijkt klein, maar is fundamenteel. Niet: “dit is een groene olie”, maar bijvoorbeeld: “dit product voldoet aan deze specifieke norm of certificering en heeft deze aantoonbare eigenschap”.
Geen groen sausje over het volledige product
De EmpCo-regels pakken bovendien claims aan waarbij één positief aspect wordt gebruikt om een heel product als duurzaam voor te stellen. Wanneer bijvoorbeeld alleen de verpakking recycleerbaar is, mag daaruit niet automatisch worden afgeleid dat het volledige product “duurzaam” is. De milieuclaim moet duidelijk aangeven waarop ze betrekking heeft.
Ook hier biedt een technisch goed gedocumenteerd product een voordeel. Bij de selectie van een smeermiddel, hydraulische vloeistof of transformatorvloeistof kunnen bedrijven immers kijken naar meetbare eigenschappen in plaats van algemene marketingtermen.
Shell PANOLIN is ontwikkeld voor toepassingen waarin technische prestaties gecombineerd moeten worden met specifieke milieu-eigenschappen. Denk bijvoorbeeld aan hydraulische systemen en machines die worden ingezet in of nabij ecologisch gevoelige omgevingen.
Shell MIDEL past hetzelfde principe toe binnen transformatorvloeistoffen. Het assortiment omvat natuurlijke, estergebaseerde isolatievloeistoffen met specifieke technische en milieu-eigenschappen. Daardoor mag ook hier veel preciezer worden gecommuniceerd dan met een algemene claim als “milieuvriendelijke transformatorolie”.
Toekomstige duurzaamheidsbeloftes worden strenger
De nieuwe richtlijnen kijken niet alleen naar wat bedrijven vandaag beweren. Ook uitspraken over toekomstige milieuprestaties moeten onderbouwd worden. Een bedrijf kan bijvoorbeeld niet zonder meer communiceren dat het tegen een bepaald jaar klimaatneutraal zal zijn.
Dergelijke claims moeten volgens de richtlijn worden ondersteund door duidelijke, objectieve en publiek beschikbare doelstellingen, een realistisch implementatieplan en onafhankelijke externe verificatie en opvolging.
Bovendien worden claims over klimaatneutraliteit of een verminderde klimaatimpact problematisch wanneer die uitsluitend steunen op CO₂-compensatie. De EmpCo-richtlijn stimuleert bedrijven om in plaats daarvan feitelijk te communiceren over daadwerkelijke emissiereducties.
Wat betekent dit voor industriële bedrijven?
EmpCo is in de eerste plaats gericht op B2C-communicatie en geldt vanaf 27 september 2026. De richtlijn heeft betrekking op onder meer marketing, productclaims, labels, certificeringen en verpakkingen. Voor veel klanten van Vlaamse Oliecentrale is de rechtstreekse juridische impact daardoor beperkt, omdat smeermiddelen en industriële vloeistoffen hoofdzakelijk B2B worden verkocht.
De achterliggende ontwikkeling is echter ook voor de industrie relevant: duurzaamheidscommunicatie evolueert van algemene beweringen naar aantoonbare producteigenschappen. Dat maakt de keuze van het product én de beschikbare documentatie steeds belangrijker.
Duurzaamheid onderbouwen in plaats van beweren
De nieuwe Europese regels betekenen niet dat bedrijven niet meer over duurzaamheid mogen communiceren. Integendeel. Ze vragen vooral dat ondernemingen specifieker, transparanter en beter onderbouwd communiceren. Precies daarin passen de Shell PANOLIN– en Shell MIDEL-productgamma’s. Hun milieuvoordelen hoeven niet te worden verpakt in algemene termen als “groen” of “eco”. Waar van toepassing kunnen concrete eigenschappen, testresultaten, normen, certificeringen en productdocumentatie worden gebruikt om uit te leggen wat een product onderscheidt en waarom.
Voor bedrijven die hun milieu-impact willen verminderen zonder technische prestaties uit het oog te verliezen, wordt het daarom steeds belangrijker om niet alleen naar de olie of vloeistof zelf te kijken, maar ook naar de bewijsvoering achter de duurzaamheidsclaims.